Centrale server met uitbreidingsmodule

Centraal vs. Decentraal domotica systeem

Om het risico van een centraal systeem te begrijpen, is het belangrijk om het verschil tussen een centraal en een decentraal te kennen.

Bij een decentraal systeem (zoals KNX en Z-wave) heeft elke component (schakelaar, actor, ...) een chip waar de programmatie van die component in opgeslagen is. Elke component die deelneemt aan de installatie is dus verantwoordelijk voor zijn eigen logica en gedrag.

Een centraal systeem (zoals Loxone, qbus, Niko Home Control, Vantage en vele andere merken) werkt daarentegen niet met gespreide logica, maar met één centrale component die alle logica van het hele systeem bevat. Deze systemen zijn vaak goedkoper, omdat er slechts één slimme component is in heel de installatie.

De afbeelding bovenaan deze blogpost toont een schematische voorstelling van een centraal systeem.
De uitgangen van de centrale server worden in dat voorbeeld gebruikt om de drie linkse verbruikers (lichtpunten, geschakelde stopcontacten, verwarmingsventielen, ...) aan te sturen. Aangezien een normale woning meer verbruikers heeft dan dat de centrale component uitgangen heeft, wordt de installatie voorzien van de nodige uitbreidingsmodules. In het schematische voorbeeld, worden de drie verbruikers aan de rechterkant op deze extensie aangesloten en er door geactiveerd of gedeactiveerd.

De parameters en de logica om te bepalen of de uitgangen geactiveerd of gedeactiveerd moeten zijn, zitten echter in de centrale server. Die moet dus kunnen communiceren met de uitbreidingsmodules zodat de juiste uitgangen aangestuurd kunnen worden. Hierdoor is het noodzakelijk dat elke uitbreidingsmodule dezelfde taal spreekt als de hoofdmodule. Tenzij je een open systeem gebruikt, komt het er in de praktijk op neer, dat uitbreidingsmodules van hetzelfde merk moeten zijn als de centrale module.

Wat is het risico van een centraal systeem?

Elk domotica systeem bevat een hoop elektronica en zoals je van elektronica mag verwachten bestaat de kans dat dit vroeg of laat fouten begint te vertonen of stuk gaat. Dit risico bestaat uiteraard in zowel centrale als decentrale systemen.

Stel dat in bovenstaand voorbeeld de uitbreidingsmodule niet meer zou werken, dan wil dit zeggen dat de drie toestellen aan de rechterkant niet meer aangestuurd worden. Als dit drie lampen zijn, dan zal het dus donker blijven in de ruimtes waar deze hangen. Geen nood, want je kan gewoon een nieuwe uitbreidingsmodule van hetzelfde merk kopen en installeren en het probleem is opgelost. Een decentraal heeft uiteraard gelijkaardige componenten die de verlichting aansturen en zal hier hetzelfde gedrag vertonen als bij het centrale systeem.

Stel nu dat het niet de extensie is die kapot gaat, maar de centrale server. Op dat moment is er een totale blackout van de hele installatie, want de server is niet meer in staat om de berichten door te geven aan de uitbreidingsmodule. De uitbreidingsmodules zijn op hun beurt dan ook niet meer in staat om hun uitgangen aan te sturen en de hele woning is op dat moment donker en koud (of warm in de zomer).
De centrale server is dus een single point of failure.

Het probleem kan op dezelfde manier opgelost worden: Vervang de centrale server door een nieuw exemplaar en alles is weer zoals voorheen. Maar in tussentijd heb je wel heel tijd in het donker gezeten.

Het risico vergroot zelfs als je een merkafhankelijk systeem hebt gekozen in plaats van een open systeem. Want als het merk op dat moment niet meer verkrijgbaar is of niet meer bestaat, moet je op dat moment niet enkel uw centrale server vervangen, maar ook de nog perfect werkende uitbreidingsmodules. Ze spreken simpelweg niet dezelfde taal als de nieuwe centrale server van een ander merk. Deze nieuwe centrale server moet trouwens ook nog eens dezelfde manier van bekabelen vereisen als je snel weer licht wil hebben.
En vergeet niet dat je op dat moment ook heel de programmatie opnieuw zal mogen doen in een voor u op dat moment nog onbekend software pakket.

Je voelt de bui al hangen: Als uw centrale computer stuk gaat en het merk er op dat moment mee heeft opgehouden, dan heb je gedurende enkele weken een totale blackout en zal het veel tijd en geld kosten om dit te vervangen door een ander systeem.

Loop je dat risico niet met een decentraal systeem?

Toegegeven, zelfs bij een decentraal systeem kan er sprake zijn van een single point of failure.
Bij KNX is dit bijvoorbeeld de busvoeding. Dat is een eenvoudige transformator die ervoor zorgt dat er spanning op de bus zit. Als deze stuk gaat is het probleem echter niet problematisch omdat KNX een open systeem is en omdat er vele merken zijn die busvoedingen maken. Je kan dus vrijwel onmiddellijk je busvoeding vervangen door een exemplaar van een ander merk.
Bij open systemen geldt dat trouwens voor elke component die deel uitmaakt van de installatie.

Update: In de blogpost 4 voordelen van KNX-componenten met manuele bediening die op 20 oktober 2014 verscheen, lees je trouwens hoe je kan vermijden dat een falende busvoeding voor een volledige blackout zorgt.

Conclusie

Ongetwijfeld zijn er veel interessante centrale domotica systemen op de markt verkrijgbaar die zeker de moeite waard zijn om te bekijken. Weet op dat moment wel dat je het risico loopt op een langdurige blackout. Hoe groot dat risico is, zal niemand je op voorhand kunnen vertellen en uiteindelijk ben jij het die bepaalt of je dat risico wil lopen.
Factoren als kostprijs, mogelijkheden en kennis zullen ongetwijfeld een rol spelen bij die beslissing.

Commentaar verzorgd door Disqus